Feest in de Hemel...

Het nederlands dagblad heeft de OKKN gevraagd of ze iemand konden interviewen, die zich afgelopen jaar heeft bekeerd c.q. laten dopen.

"Zij hebben voor het tweede seizoen het thema 'Feest in de hemel'. Pastoor Bernd Wallet (Utrecht) heeft mij gevraagd en voorgesteld aan het ND..."



( De geïnterviewde: Nicole v/d S.)

 


Hoe kwam u in aanraking met het geloof?
‘Mijn interesse begon op de rooms-katholieke lagere school waar ik heen ging.’

Wat trof u daarin?
‘Toen mijn klasgenoten eerste communie deden, vond ik dat heel mooi. Ik beleefde dat als heel zuiver en veilig.’

Van welke gemeente bent u lid?
‘De Oud-katholieke parochie H.H. Johannes de Doper, Maria Magdalena en Laurentius in Schiedam.’

Wat roept nog steeds vragen op?
‘De verdeeldheid en verbrokkeling in het christendom. Mensen kunnen lelijk doen, veroordelend zijn.’

‘Ik kom uit een kleine, hechte, maar ingewikkelde familie waarvan de meeste mensen niet meer leven. Mijn oma was rooms-katholiek, maar mijn moeder en haar broers zijn nooit gedoopt. Mijn vader is weggegaan toen ik anderhalf was en ik heb hem nooit gekend.

Ik ging naar een rooms-katholieke lagere school, waar ik ineens moest bidden: “wees gegroet Maria”. Toen voor mijn klasgenoten de eerste communie eraan kwam, dacht ik: dit is leuk! Als ze het mij hadden gevraagd, had ik wel mee willen doen. Ik begreep niet waarom dat niet mocht.

Thuis was mijn moeder best loslippig. Als ik dan zei “vloeken mag niet”, vroeg zij waarom. “Dat mag niet van God”, zei ik dan. Thuis was het geloof er niet. Mijn moeder voelde zich wel aangetrokken tot spiritualiteit en filosofie. Toen ze ouder werd, ging dat alle kanten op en verloor ze zichzelf daarin. Het was lang niet altijd christelijk, maar tegelijkertijd is het Mariabeeld dat in onze woonkamer staat van haar. Ze vond het prachtig en ik heb het na haar overlijden neergezet. Ze was een wijze vrouw, ik heb veel van haar geleerd, maar ook hoe het niet “moest”. Het was een ambivalente moeder-dochterband.’


Hildegard van Bingen...

‘Ik dacht vroeger vaak: wie is God? Hoe ziet Hij eruit? Wat als Hij helemaal niet bestaat? Ik voel me gedragen in mijn leven, maar ik heb geen grote bekeringservaring gehad. Het is me toegevallen. Ik heb een keer een droom gehad. Ik was best onzeker, paniekerig, en ik droomde dat er van buitenaf tegen me gezegd werd: luister naar de stem van God. Dat bleef zich maar herhalen. Ik droomde over alle heftige dingen die ik heb meegemaakt. Dat steunde mij. Als ik maar naar God blijf luisteren, zal het goed met mij gaan.

Drie of vier jaar geleden was ik met mijn man en zoon in Duitsland op vakantie. We kwamen langs de ruïne van een klooster – en mijn man weet dat ik daar graag naar binnen stap. Ik voel me aangetrokken tot het kloosterleven. In dit klooster heeft Hildegard van Bingen lange tijd gewoond. Haar levensverhaal raakte me: vrouw, enorm volhardend en veelzijdig. Ze componeerde muziek en had een sterke visie op gezondheid, genezing, heel worden en de positie van de vrouw binnen de kerk waar zij voor streed! Dat was het moment waarop ik dacht: als ik hier zo door geraakt word, moet ik stappen ondernemen om God verder in mijn leven toe te laten.’

‘Geleidelijk groeide de rol van het geloof in mijn leven en uiteindelijk was ik er dagelijks mee bezig. Ik kocht twee bijbels en ging kijken wat er in Schiedam was op geloofsgebied. Ik kwam mensen tegen uit de Hersteld Hervormde Kerk, die best actief zijn. Ik heb daar diensten bezocht en een gesprek gehad met de dominee. Ik heb daar vorig jaar een Bijbelcursus gevolgd. Zij hebben zo veel kennis!’


Meningenmoe

‘Door gesprekken met andere christenen, vooral op sociale media, werd ik meningenmoe. Je zit heel snel op een verstandelijk spoor. Ik liep vast. Mensen kunnen met grote stelligheid vertellen hoe het volgens hen zit. Ik ben alternatief therapeut, maar dat is in veel christelijke kringen not done. Dan ben je meteen occult. Ik werd wakker geschud toen iemand tegen me zei: maar het gaat in eerste instantie toch om je relatie met God?

Op internet vond ik de Oud-katholieke Kerk en ik werd vrolijk van wat ik las. De liturgie, het inzegenen van het homohuwelijk, het ambt open voor vrouwen, geen paus en een democratische kerkstructuur en de ruimte voor de eigen geloofsontwikkeling.

Vorig jaar had ik een heel fijn gesprek met de pastoor en ging met rode konen naar huis. De eerste diensten die ik daar bezocht, heb ik gehuild. De geloofsbeleving kwam puur over, dat raakte me. Na een intensieve voorbereiding ben ik dit jaar met Pasen gedoopt.

Die gesprekken gingen ook over God als Vader en de pastoor als herder. Dat was voor mij beladen, er zat een rem op. De open gesprekken met de pastoor hebben dat veranderd. Ik snap nu wat het betekent als ik het Onzevader bid. Ik kan dat bidden zonder boosheid te voelen over mijn eigen afwezige vader.

Ik voel me fijn tussen alle ouwetjes in deze parochie. Er zijn weinig kinderen of gezinnen. Ik ga meestal alleen naar de kerk. Dat mijn man en zoon niet geloven, maakt het soms ingewikkelder, maar ze geven mij alle ruimte en daar ben ik ze erg dankbaar voor. Deze kerk is voor mij een warm bad. Een nieuwe familie.’

 

(klik HIER voor het interview van Remco van Mulligen)